
Landelijke Studiedag: Werken met depressieve kinderen en jeugdigen
10-06-2010Tijd: 10.00 - 17.00 uur
Locatie: Eindhoven
Prijs: Euro 295,- (ex. BTW)
Tarief voor voltijdstudenten zonder dienstverband: Euro 75,- (ex. BTW; maximaal 10 studentenplaatsen
beschikbaar)
Outline
Iedere ouder gunt zijn kind een fijne en zorgeloze jeugd, waarbij het kind al spelend positieve ervaringen op kan doen op weg naar volwassenheid.
Professionals die met kinderen en jeugdigen werken weten dat er helaas regelmatig kinderen zijn die het niet meer zien zitten, probleemgedrag ontwikkelen en zelfs serieus aan zelfdoding denken. Het jonge kind wil dat ‘het vervelende gevoel stopt’ en met name pubers zien vaak geen andere uitweg meer dan ‘het plegen van zelfmoord’.
Algemeen kan worden gesteld dat de kernsymptomen van internaliserend gedrag zoals depressies bij kinderen en jeugdigen te omschrijven zijn als een langdurige negatieve stemming, een onvermogen om plezier te hebben en een vermindering van interesse en motivatie. Een depressie kan ontstaan door een traumatische gebeurtenis van buitenaf, of door een hormonale oorzaak binnen in het kind.
Het (h)erkennen van depressiviteit bij kinderen blijkt echter bijzonder moeilijk te zijn. Er is namelijk geen sprake van standaardgedrag bij een depressie. Onderzoek wijst bovendien uit dat bij 40 % van de kinderen met een depressie een overlap bestaat met een of meerdere psychiatrische stoornissen.
De deelnemers aan deze landelijke studiedag krijgen inzicht in de meest recente wetenschappelijke- en praktijkkennis op het gebied van depressie en suïcidaal gedrag bij kinderen en jeugdigen en krijgen meer zicht op geschikte begeleidings- en behandelmethoden.
Deze landelijke studiedag richt zich dan ook op uitvoerend werkers van organisaties die met kinderen, ouders en /of gezinnen werken. Daarbij valt te denken aan de jeugdzorg, het (speciaal) onderwijs, de JGZ, GGZ, gespecialiseerde thuiszorg, raad voor de kinderbescherming, (school)maatschappelijk werk, de (L)VG-sector, peuterspeelzalenwerk, de kinderopvang, de reclassering en de drugshulpverlening.
Het onderwerp zal vanuit verschillende perspectieven worden belicht door de volgende experts:
Dr. Erik Jan de Wilde is na zijn studie klinische psychologie begonnen als psycholoog / onderzoeker in het Wilhemina Kinderziekenhuis, alwaar hij zijn proefschrift over suïcidaal gedrag bij jongeren schreef. Hierna werd hij eerst post-doc en vervolgens Universitair docent klinische- en gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden. Vervolgens volgde een periode in het lokaal (jeugd)beleid: eerst als Hoofd Jeugdonderzoek, daarna als Hoofd Onderzoek en Monitoring bij de GGD Rotterdam-Rijnmond. Sinds 2007 is hij als programmaleider verbonden aan het Kenniscentrum van het Nederlands Jeugdinstituut.
Bijdrage:
Er is veel kennis over de ontwikkeling van depressie bij kinderen en adolescenten. Levensgebeurtenissen, genetische factoren, vele factoren spelen hier een rol. Minder is bekend over het proces dat bij sommige depressieve adolescenten uitmondt in suïcidaal gedrag, al dan niet met een dodelijke afloop. Factoren die juist hierin een rol spelen zullen in deze bijdrage aan de orde komen. Er wordt daarbij geput uit gegevens verkregen uit internationaal en Nederlands onderzoek. Ook komt aan de orde hoe men suïcidaliteit kan inschatten en welke stappen men zou moeten nemen als men suïcidaliteit bij jongeren waarneemt.
Dr. Jeffrey Roelofs is na zijn studie geestelijke gezondheidkunde en epidemiologie aan de Universiteit van Maastricht promotieonderzoek gaan doen op het onderwerp 'angst een aandacht bij mensen met chronische pijn'. Na zijn promotie is hij zich gaan bezighouden met depressie bij volwassenen en jongeren.
Met een VENI subsidie tracht hij de rol van negatief denken bij jongeren en de relatie met depressie te onderzoeken. Jeffrey verzorgt onderwijs aan de Universiteit van Maastricht op het gebied van stemmingsstoornissen. Naast deze wetenschappelijke activiteiten is hij als GZ-psycholoog werkzaam bij de RIAGG Maastricht, afdeling kinderen en jeugd en vervult hij de rol van coördinator academisering. Tenslotte is hij als docent werkzaam bij de RINO-Zuid.
Bijdrage:
In deze presentatie wordt een overzicht van kwetsbaarheidsmodellen voor depressie toegepast op kinderen en jeugdigen. Meer specifiek zal worden ingegaan op biologische (genetische) aspecten, de rol van negatieve levensgebeurtenissen, hechting, emotie regulatie, sociaal gedrag en cognitieve vertekeningen. De nadruk zal worden gelegd op cognitieve kwetsbaarheid waarbij diverse modellen van depressie de revue zullen passeren die op dit moment zowel fundamenteel wetenschappelijk als klinisch onderzocht worden.
Drs. Yvonne Stikkelbroek is klinisch pedagoog, GZ-psycholoog, en kind- en
jeugpsychotherapeut. Zij is als docent werkzaam aan de opleiding pedagogiek en als psychotherpaeut bij het Ambulatorium van de Universiteit Utrecht.
Bijdrage:
Yvonne zal de multidisciplinaire landelijke richtlijn over depressie bij kind en jeugd zorgvuldig behandelen. Het is een richtlijn die in samenspraak met vele beroepsverenigingen tot stand is gekomen. Deze richtlijn is relevant voor groepsleiders (jeugdzorg - VG / LVG), leerkrachten, GGD-artsen, (ortho-)pedagogen, psychologen en medewerkers in de GGZ.
Prof. Dr. Caroline Braet is klinisch psycholoog en gedragstherapeut. Zij is daarbij als hoofddocent verbonden aan de Universiteit Gent, vakgroep Ontwikkelings- Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie.
Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan en de instandhouding van psychopathologie bij kinderen, alsook de assessment en de behandeling ervan.
Momenteel leidt zij projecten op het vlak van obesitas & eetstoornissen, depressie en gedragsproblemen bij kinderen.
Caroline is consulent op de kinderpolikliniek van het Universitair Ziekenhuis van Gent, het Medisch Pediatrisch Centrum in De Haan en ze is coördinator en supervisor bij het Universitair Psychologisch Centrum "Kind & Adolescent” te Gent.
Bijdrage:
Aan de Gentse Universiteit werd het Amerikaans werkboek Taking Action (Kendall & Stark, 1996) vertaald en toegepast. Het programma “Pak Aan” bestaat uit 18 sessies van één uur en maakt gebruik van verschillende cognitieve en affectieve technieken, zoals: affectieve educatie, probleemoplossingtraining, cognitieve herstructurering en het opbouwen van een positief zelfbeeld. Depressieve gevoelens worden gezien als problemen die aangepakt moeten worden. Het programma is zowel bestemd voor individuele als groepstherapie bij kinderen tussen acht en dertien jaar met depressieve symptomen.
In deze lezing zal door Caroline uitgelegd worden hoe het programma in elkaar zit en wie ervoor in aanmerking komt.
Drs. Huub Buijssen studeerde psychologie en was enkele jaren verbonden de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Hij werkte daarnaast als psychotherapeut in de eerstelijnszorg. Momenteel is hij psychogerontoloog en klinisch psycholoog NIP en heeft hij een eigen cursusbureau.Huub Buijssen is auteur van veertig boeken. Recent verscheen van hem 'Ik zie het weer zitten', 'Stap voor stap zelf van je depressie af' (2009) en 'Als je man, dochter, zus… depressief is' (2010).
Bijdrage:
Mensen die zowel een depressie als kanker hebben gehad, zeiden nadien dat depressie veel zwaarder was. Van veel voorkomende aandoeningen scoort depressie het hoogste als het gaat om ziektelast en om verlies van levenskwaliteit. Niet voor niets stapt 1 op de 10 mensen die lijden aan een ernstige depressie uiteindelijk uit het leven.
Depressie raakt echter niet alleen de patiënt zelf maar ook de mensen in zijn naaste omgeving. Als het om een kind of jongvolwassene gaat, zijn dat meestal de ouders, de broers/zussen en de vriend(in). De meeste mensen voelen zich enorm onthand en weten niet hoe te steunen of te reageren. Hoe kan ik mijn naaste bereiken? Moeten we nu pushen of niet? Hier komt nog bij dat familieleden een twee keer zo grote kans hebben om zelf ook een depressie te ontwikkelen. Een depressie is immers besmettelijk. Naasten staan daarom voor een dubbele taak: het kind steunen en zelf overeind blijven.
In deze presentatie stelt Huub Buijssen de vraag centraal hoe je als hulpverlener / leerkracht naaste familieleden kunt helpen bij hun dubbele taak.
Uw dagvoorzitter is Tineke Rodenburg. Zij is de grondlegger van Verlieskunde binnen de Hogeschool Utrecht en docent / coördinator van de minor "Beroepsmatig omgaan met Verlies". Daarnaast heeft Tineke een eigen praktijk in rouw- verliesbegeleiding. Als hoofd Academie van de Landelijke Stichting Rouwverwerking Dienstencentrum is zij verantwoordelijk voor de post-HBO opleiding rouw- verliesbegeleiding. Deze opleiding wordt uitgevoerd in samenwerking met- en gecertificeerd door de Hogeschool Utrecht en het LSR-dienstencentrum.
